+ Plaatselijke regeling 2015

Plaatselijke regeling ten behoeve van het leven en werken van de

Protestantse Gemeente te Opperdoes

 

Inhoud

 

Paragraaf

Inhoud

 

 

1

Samenstelling van de kerkenraad

2.1.

Verkiezing van ambtsdragers algemeen

2.2.

Verkiezing van ouderlingen en diakenen

2.3

Verkiezing van predikanten

3

De werkwijze van de kerkenraad

4

De kerkdiensten

5.1.

De vermogensrechtelijke aangelegenheden – kerkrentmeesterlijk

5.2.

De vermogensrechtelijke aangelegenheden – diaconaal

5.3.

De vermogensrechtelijke aangelegenheden – begrotingen, jaarrekeningen

 

Ondertekening

 

Kerkorde PKN (toelichting ivm systematiek van de Plaatselijke Regeling)

In de Kerkorde en de daaruit volgende Ordinanties zijn allerlei regels voor het leven en werken van de gemeente te vinden. Te onderscheiden vallen onder meer:  

A.      bepalingen waarin een zaak voor alle gemeenten uniform is geregeld

B.     bepalingen die van de gemeente uitdrukkelijk vragen een bepaalde zaak zelf te regelen

C.     bepalingen die aangeven dat een gemeente de vrijheid heeft om al dan niet van een geboden mogelijkheid gebruik te maken

De vetgedrukte letters in de regeling geven deze soorten regeling weer.

 

§ 1. Samenstelling van de kerkenraad

(n.a.v. Ordinantie 4, art. 6)

Artikelen

 

1.1. Aantal ambtsdragers (B)

De kerkenraad bestaat uit de volgende ambtsdragers:

1: de predikant;

2: minimaal 3 pastorale ouderlingen;

3: minimaal 2 ouderlingen-kerkrentmeester;

4: minimaal 3 diakenen;

5: ouderlingen met bijzondere opdracht.

 

1.2. Kerkenraadslidmaatschap van andere dan ‘gewone’ predikanten (C)

Tevens zijn lid van de kerkenraad de predikanten die met een bijzondere opdracht aan de gemeente zijn verbonden.

 

§ 2.1. Verkiezing van ambtsdragers - algemeen

(n.a.v. Ordinantie 3, art. 2 en art. 6)

Artikelen

 

2.1.1. Stemrecht (B)

Stemrecht hebben:

-        Belijdende leden;

-        Doopleden die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt;

-        Gastleden.

 

 

2.1.2. Regels voor het stemmen (C)

a.     De stemming geschiedt schriftelijk.

b.     Indien er meer kandidaten voor een bepaalde vacature zijn, is verkozen diegene op wie de meeste stemmen zijn uitgebracht en die de meerderheid van de uitgebrachte stemmen heeft behaald.

c.      Indien voor een vacature geen van de kandidaten een meerderheid heeft behaald, vindt een herstemming plaats tussen de twee kandidaten die de meeste stemmen behaalden.

d.     Staken de stemmen, dan vindt herstemming plaats. Staken de stemmen weer, dan beslist het lot.

 

 

2.1.3. Stemmen bij volmacht (C)

Er kan bij volmacht worden gestemd. Volmachten zijn schriftelijk en ondertekend en worden van te voren aan de kerkenraad getoond.

 

 

§ 2.2. Verkiezing van ouderlingen en diakenen

(n.a.v. Ordinantie 3, art. 6)

Artikelen

 

2.2.1. De verkiezing van ouderlingen en diakenen vindt plaats in april (B).

Aanbevelingen worden gedaan voor 1 maart.

De kerkenraad maakt voor elk ambt waarin een vacature ontstaat een verkiezingslijst op. Hier op komen namen van leden die door minstens 10 stemgerechtigde leden zijn voorgedragen. Verder bevat de lijst personen die door de kerkenraad worden voorgedragen.

 

2.2.2. De uitnodiging tot het doen van aanbevelingen, genoemd in Ordinantie 3.6.3, wordt tenminste 4 weken voordat de verkiezing plaats heeft, door de kerkenraad gedaan.

De uitnodiging om te stemmen wordt tenminste 2 weken voordat de verkiezing plaats heeft, door de kerkenraad gedaan.(C)

 

2.2.3. Indien de verkiezingslijst meer namen bevat dan vacatures voor dat ambt vindt verkiezing plaats tijdens een vergadering van stemgerechtigde leden.

Als het aantal kandidaten voor een bepaald ambt niet groter is dan het aantal vacatures worden kandidaten door de kerkenraad verkozen verklaard.

 

2.2.4. De kerkenraad stelt dat, als een dooplid bereid is een ambt te aanvaarden, dit gelijk staat met het afleggen van de geloofsbelijdenis, die tot uiting komt in een daartoe bij de bevestiging gestelde vraag.

 

§ 2.3. Verkiezing van predikanten

(n.a.v. Ordinantie 3, art 4)

Artikelen

 

2.3.1. De uitnodiging om te stemmen wordt tenminste 2 weken voordat de verkiezing plaats heeft door de kerkenraad gedaan.(C)

 

2.3.2. Predikanten worden verkozen in een door de kerkenraad belegde vergadering van de  gemeente (C)

 

 

 

 

§ 3. De werkwijze van de kerkenraad

(n.a.v. Ordinantie 4, art. 8)

Artikelen

 

3.1. Aantal vergaderingen

De kerkenraad vergadert in de regel 10 maal per jaar. (C)

 

3.2. De vergaderingen van de kerkenraad worden tenminste 5 dagen van te voren bijeengeroepen door het moderamen, onder vermelding van de zaken, die aan de orde zullen komen (de agenda). (B)

 

3.3. Van de vergaderingen wordt een schriftelijk verslag opgesteld, dat in de eerstvolgende vergadering door de kerkenraad wordt vastgesteld. (C)

 

3.4. De verkiezing van het moderamen van de kerkenraad geschiedt jaarlijks in de eerste vergadering van de maand september. (C)

 

3.5. In de gevallen dat de kerkorde voorschrijft, dat de kerkenraad de gemeente kent in een bepaalde zaak en haar daarover hoort belegt de kerkenraad een bijeenkomst met de (betreffende) leden van de gemeente, die wordt

§  aangekondigd in het kerkblad, dat voorafgaande aan de bijeenkomst verschijnt en

§  afgekondigd op tenminste twee zondagen, die aan de bijeenkomst voorafgaan.

In deze berichtgeving vooraf maakt de kerkenraad kenbaar over welke zaak hij de gemeente wil horen. (B)

 

3.6. (B)  De kerkenraad kan besluiten dat gemeenteleden en andere belangstellenden als toehoorder tot een bepaalde vergadering worden toegelaten.

 

3.7. Het lopend archief van de kerkenraad berust bij de scriba, met inachtneming van de verantwoordelijkheid van de het college van kerkrentmeesters voor de archieven van de gemeente uit hoofde van Ordinantie 11.2.7 sub g. (B)

 

3.8. De kerkenraad laat zich in zijn arbeid bijstaan door de navolgende commissies of taakgroepen inzake:

-        pastoraat;

-        vorming & toerusting;

-        erediensten;

-        startweekend;

-        kindernevendienst en tienerdienst;

-        jeugdwerk;

-        het kerkblad ;

-        PR;

-        missionair werk;

-        liturgisch bloemschikken.

Leden van een commissie of taakgroep volgen bij het uitvoeren van hun taken de aanwijzingen van de kerkenraad op.

 

 

 

 

 

 

§ 4. De kerkdiensten

(n.a.v. Ordinantie 5 art. 1, Ordinantie 6 art.2, Ordinantie 7 art. 2 en Ordinantie 5 art. 4)

Artikelen

 

4.1. De wekelijkse kerkdiensten van de gemeente worden volgens een door de kerkenraad vastgesteld rooster gehouden in het kerkgebouw Noorderpad 21 te Opperdoes. In bijzondere gevallen kan de kerkenraad tot een andere locatie besluiten. (C)

 

4.2. Bij de bediening van de doop van kinderen kunnen belijdende leden en doopleden de doopvragen beantwoorden. (C)

 

4.3.  (C) Tot de deelname aan het avondmaal worden belijdende leden en doopleden toegelaten. De kinderen die dat wensen ontvangen de zegen.

 

4.4   (C) Levensverbintenissen van twee personen, anders dan een huwelijk van man en vrouw, kunnen als een verbond van liefde en trouw voor Gods aangezicht in een kerkdienst worden gezegend.

Betrokkenen dienen een verzoek daartoe tenminste zes weken van te voren in te dienen bij de kerkenraad.

Tenminste een van de betrokkenen dient lid van de gemeente te zijn.

Na ontvangst van het verzoek voert een afvaardiging van de kerkenraad een gesprek met de betrokkenen.

Tenminste twee weken voorafgaande aan de kerkdienst waarin de levensverbintenis wordt gezegend, wordt dit bekend gemaakt door middel van een afkondiging in een zondagse kerkdienst en een aankondiging in het kerkblad.

Alleen een naar de burgerlijke wet tot stand gekomen verbintenis tussen twee personen waarvan door een ambtenaar van de burgerlijke stand een akte van registratie is opgemaakt –dienend als bewijs van opname in de registers van de burgerlijke gemeente-, kan worden gezegend.

 

§ 5.1. De vermogensrechtelijke aangelegenheden – kerkrentmeesterlijk

(n.a.v. Ordinantie 11, art 2)

Artikelen

 

5.1.1. Het college van kerkrentmeesters bestaat uit ten minste 3 leden. (B)

 

5.1.2. Van het college van kerkrentmeesters dient de meerderheid ouderling-kerkrentmeester te zijn (C).

 

5.1.3. (C) Het college van kerkrentmeesters wijst uit zijn midden een penningmeester- kerkrentmeester aan, die belast wordt met het toezicht op de boekhouding.

Het college van kerkrentmeesters wijst een administrateur aan.

De administrateur kan de vergaderingen van het college bijwonen en heeft daar een adviserende stem. Op hem is het bepaalde in Ordinantie 4.2 betreffende de geheimhouding van toepassing.

 

5.1.4. (C)

De penningmeester is bevoegd betalingen te doen namens de gemeente, met in achtneming van het door de kerkenraad vastgestelde beleidsplan en de begroting.

Bij afwezigheid of ontstentenis van de penningmeester treedt de voorzitter op als diens plaatsvervanger.

 

5.1.5.  De penningmeester registreert op een lijst alle vermogensbestanddelen van de kerk, alsmede alle veranderingen.

§ 5.2. De vermogensrechtelijke aangelegenheden – diaconaal

( n.a.v. Ordinantie 11, art.3)

Artikelen

 

5.2.1. Het college van diakenen bestaat uit ten minste 3 leden. (B)

 

5.2.2.  Het college van diakenen wijst uit zijn midden een administrerend diaken aan, die belast wordt met de boekhouding van het college.

 

5.2.3. (C)

De penningmeester is bevoegd betalingen te doen namens de diaconie, met in achtneming van het door de kerkenraad vastgestelde beleidsplan en de begroting.

Bij afwezigheid of ontstentenis van de penningmeester treedt de voorzitter op als diens plaatsvervanger.

 

5.2.4.  Het college van diakenen registreert op een lijst alle vermogensbestanddelen van de diaconie, alsmede alle latere veranderingen.

 

§ 5.3. De vermogensrechtelijke aangelegenheden – begrotingen, jaarrekeningen

(n.a.v. Ordinantie 11, art. 6 en art.7)

Artikelen

 

5.3.1. Het college van kerkrentmeesters en het college van diakenen stellen voor hun vermogensrechtelijke aangelegenheden begrotingen en jaarrekeningen op. Gemeenteleden worden in de gelegenheid gesteld hun mening hier over kenbaar te maken.

 

Voor de vaststelling dan wel wijziging van de begrotingen en voor de vaststelling van de jaarrekeningen worden deze stukken in samenvatting gepubliceerd in het kerkblad.

De volledige stukken kunnen gedurende twee weken worden ingezien. Bij de publicatie worden tijd en plaats vermeld. Reacties kunnen tot drie dagen na het einde van de periode van ter inzage legging worden gestuurd aan de scriba van de kerkenraad (B).

Kascontrole vindt plaats conform de handleiding “Het kerkelijk jaar financieel”.

De kerkenraad stelt de jaarrekeningen vast nadat de termijn van inzage voor gemeenteleden met tenminste een week is verstreken en met inachtneming van de bevindingen van de kascontrolecommissie.

Begrotingen en jaarstukken worden op een gemeenteavond toegelicht.